Het ouderdomspensioen kan op verzoek eerder ingaan dan op de 65-jarige leeftijd, maar niet voor het bereiken van de 55-jarige leeftijd.
Het vervroegde ouderdomspensioen wordt vastgesteld door het ouderdomspensioen, waarop bij het beƫindigen van de deelneming aanspraak is verkregen, te verminderen door toepassing van een leeftijdsafhankelijke, actuarieel berekende kortingsfactor.
Vervroegde ingang van het ouderdomspensioen is niet van invloed op de hoogte van het nabestaandenpensioen.