Statuten




Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

In deze statuten wordt verstaan onder:

fonds : Stichting Pensioenfonds Poseidon, gevestigd te Rotterdam;

bestuur : het bestuur van het fonds;

onderneming : de onderneming die of het gedeelte van een onderneming dat gedreven wordt door een vennootschap die op één januari negentienhonderd-drieëntachtig aangesloten was bij het fonds, dan wel een onderneming die of een gedeelte van een onderneming dat gedreven wordt door een andere rechtspersoon die, zulks naar het oordeel van het bestuur, met  deze onderneming op enigerlei wijze verbonden is of was;

werknemer : degene, die krachtens een arbeidsovereenkomst aan een onderneming is verbonden;

reglementen : de in artikel 5 van deze statuten bedoelde reglementen;

deelnemer : de werknemer die op grond van een pensioenovereenkomst pensioenaanspraken verwerft jegens het fonds;

gewezen deelnemer : de werknemer door wie op grond van een pensioenovereenkomst geen pensioen meer wordt verworven en die bij beëindiging van de deelneming een pensioenaanspraak heeft behouden jegens het fonds;

pensioengerechtigde : degene voor wie op grond van de pensioenovereenkomst een pensioenrecht bij het fonds is ingegaan;

pensioenovereenkomst : hetgeen tussen een onderneming en een werknemer is overeengekomen betreffende pensioen;

uitvoeringsovereenkomst : de overeenkomst tussen een onderneming en het fonds over de uitvoering van de pensioenovereenkomst.


^ TOP


Artikel 2 - Naam en Zetel

Het fonds draagt de naam : Stichting Pensioenfonds Poseidon.
Het fonds is gevestigd te Rotterdam.


^ TOP


Artikel 3 - Doel

  1. Het fonds heeft ten doel het overeenkomstig de bepalingen van deze statuten en de reglementen, de pensioenovereenkomst en de uitvoeringsovereenkomst, en binnen de perken van zijn middelen, verlenen of doen verlenen van pensioenen en het doen van uitkeringen aan deelnemers en gewezen deelnemers en aan hen die door de arbeid van bedoelde deelnemers worden of werden onderhouden.
    Voorts heeft het fonds ten doel de nakoming van de verplichtingen die een ander onder de Pensioenwet vallend fonds jegens haar deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en na te laten en nagelaten betrekkingen heeft, zulks in de plaats van dat fonds, mits het fonds tot de nakoming van deze verplichtingen volledig door dat andere fonds in staat wordt gesteld.
  2. Het fonds werkt volgens een actuariële en bedrijfstechnische nota betreffende het te voeren beleid, waarin de financiële opzet en de grondslagen, waarop het beleid rust, gemotiveerd zijn omschreven en die voldoet aan de bij of krachtens de Pensioenwet gestelde voorwaarden. Het bestuur legt de actuariële en bedrijfstechnische nota alsmede iedere wijziging daarvan onverwijld over aan De Nederlandsche Bank N.V.
    De actuariële en bedrijfstechnische nota bevat voorts een verklaring inzake beleggingsbeginselen en een beschrijving van de sturingsmiddelen.


^ TOP


Artikel 4 - Aangesloten ondernemingen

Slechts ondernemingen, als omschreven in artikel 1, kunnen door het bestuur als zodanig worden toegelaten.


^ TOP


Artikel 5 - Reglementen

  1. Het bestuur stelt reglementen vast, houdende nadere bepalingen van de wijze waarop en de gevallen waarin een pensioen of uitkering zal worden verleend, alsmede van de aard en het bedrag van de te verlenen pensioenen en uitkeringen.
  2. De reglementen kunnen geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de bepalingen van deze statuten.
  3. Een reglement treedt in werking op een door het bestuur te bepalen tijdstip.


^ TOP


Artikel 6 - Middelen

  1. De middelen van het fonds worden gevormd door :
    1. het bij de aanvang van het fonds te zijnen behoeve afgezonderde stichtingskapitaal;
    2. bijdragen van de ondernemingen;
    3. bijdragen van de deelnemers;
    4. inkomsten uit beleggingen;
    5. uitkeringen uit herverzekeringen;
    6. andere baten of bijdragen, met dien verstande, dat erfstellingen niet dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving kunnen worden aanvaard.
  2. De uitgaven van het fonds bestaan uit :
    1. pensioenen en uitkeringen als bedoeld in artikel 5 lid 1;
    2. premiën en koopsommen voor herverzekering;
    3. kosten, waaronder begrepen de kosten van beheer en administratie, en andere uitgaven, die het bestuur ter nakoming van het doel of voor het beheer van het fonds nodig acht.
  3. Belegging van daartoe beschikbare gelden zal op solide wijze geschieden. Het bestuur kan zich op kosten van het fonds door een adviseur op beleggingsgebied doen bijstaan. 
  4. De bezittingen van het fonds moeten, tezamen met de te verwachten inkomsten, toereikend zijn ter dekking van de uit de statuten en reglementen voortvloeiende pensioenverplichtingen.
  5. De bezittingen van het fonds mogen niet bestaan uit schuldvorderingen op aangesloten ondernemingen of belegd zijn in aandelen in het kapitaal van aangesloten ondernemingen.
    Een uit rekening-courantverhouding voortvloeiende schuldvordering op respectieve aangesloten ondernemingen blijft tot een niet hoger bedrag van de door die ondernemingen jaarlijks voor pensioenen te storten gelden buiten beschouwing bij de toepassing van het in de vorige zin bepaalde, met dien verstande dat het totaalbedrag van deze vorderingen niet groter mag zijn dan een twintigste deel van de bezittingen van het fonds.
  6. Van het bepaalde in de eerste zin van het vorige lid mag worden afgeweken, indien en voorzover het betreft financiële verplichtingen van de aangesloten ondernemingen, die verband houden met verhogingen van aanspraken op pensioen over reeds verstreken dienstjaren; zulks onder de voorwaarde, dat de hiervoor bedoelde aanpassing wordt nagestreefd volgens een door De Nederlandsche Bank N.V. goedgekeurd plan.
  7. De bezittingen van het fonds worden afgescheiden van die van de aangesloten ondernemingen bewaard. Niet belegde gelden van het fonds worden gestort op een bank- of girorekening ten name van het fonds.
    Effecten worden bij een bank in open bewaargeving gedeponeerd.


^ TOP


Artikel 7 - Bestuur

  1. Het fonds wordt bestuurd door een bestuur van maximaal twaalf personen, van wie:
    • zes personen worden aangewezen door de aangesloten ondernemingen,
    • twee personen worden gekozen uit de groep deelnemers, en vier personen uit de groep pensioengerechtigden.
    Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een secretaris, die gezamenlijk het dagelijks bestuur vormen en betrokken zijn bij het dagelijks beleid van het fonds. Het bestuur benoemt al dan niet uit zijn midden een directeur en kan aan hem procuratie verlenen.
  2. Indien tot aanwijzing van een bestuurder moet worden overgegaan, zal het bestuur de aangesloten ondernemingen schriftelijk van de vacature in kennis stellen.
    De aanwijzing van deze bestuurder zal plaatsvinden volgens nader door het bestuur vast te stellen regels.
  3. Indien tot verkiezing van een bestuurder uit de groep deelnemers of uit de groep pensioengerechtigden moet worden overgegaan, zal het bestuur het deelnemersplatform schriftelijk van de vacature in kennis stellen.
    De verkiezing van deze bestuurder zal plaatsvinden volgens nader door het bestuur vast te stellen regels.
  4. Jaarlijks treden twee van de gekozen bestuurders af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster. Zij zijn terstond herkiesbaar. Een periodiek aftredende bestuurder blijft evenwel in functie totdat zijn opvolger is gekozen.
  5. Een bestuurder houdt op bestuurder te zijn:
    1. door periodiek of vrijwillig aftreden;
    2. voor wat betreft een bestuurder, aangewezen door een aangesloten onderneming: door beëindiging van het dienstverband met die onderneming;
    3. voor wat betreft een gekozen bestuurder: door ontslag als zodanig door het deelnemersplatform, alsook - voor een tijdens zijn deelnemerschap gekozen bestuurder - door beëindiging van het deelnemerschap;
    4. ingeval hij krachtens enige wetsbepaling of niet voor hogere voorziening vatbare rechterlijke uitspraak de bevoegdheid zijn vermogen te beheren of daarover te beschikken verliest; 
    5. bij zijn ontslag als zodanig door de rechter;
    6. op het tijdstip van zijn overlijden;
  6. Een in een tussentijdse vacature gekozen bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens plaats hij is gekozen. Vacatures in het bestuur worden zo spoedig mogelijk vervuld. Een niet-voltallig bestuur blijft echter bevoegd als bestuur op te treden. 
  7. In geval van disfunctioneren van een bestuurder kan schorsing of ontslag plaats vinden op basis van nader door het bestuur vast te stellen regels.

^ TOP


Artikel 8 - Beleid en deskundigheid

  1. Het beleid van het fonds wordt bepaald of mede bepaald door personen die naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. deskundig zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van het fonds.
  2. Het bestuur van het fonds draagt er zorg voor dat de betrouwbaarheid van de personen die het beleid van het fonds bepalen buiten twijfel staat.
  3. De personen die het beleid van het fonds bepalen of mede bepalen richten zich bij de vervulling van hun taak naar de belangen van de bij het fonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, ondernemingen en overige belanghebbenden, en zorgen ervoor dat dezen zich door hen op evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen.
  4. De deskundigheid van de bestuursleden dient naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. voldoende te zijn voor de behartiging van de belangen van de bij het fonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en overige belanghebbenden. Het bestuur brengt elke wijziging in de samenstelling van het bestuur van het fonds vooraf ter kennis van De Nederlandsche Bank N.V.
  5. Een wijziging in de samenstelling van het bestuur wordt niet doorgevoerd indien De Nederlandsche Bank N.V. binnen zes weken na ontvangst van de melding, of, indien De Nederlandsche Bank N.V. om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen zes weken na ontvangst van die gegevens of inlichtingen, aan het bestuur bekend maakt dat zij niet met de voorgenomen wijziging instemt.
  6. De voornemens, de handelingen of de antecedenten van de bestuursleden mogen De Nederlandsche Bank N.V. geen aanleiding geven tot het oordeel dat, met het oog op de belangen, bedoeld in lid 4, de betrouwbaarheid van deze personen niet buiten twijfel staat. Indien zich een wijziging voordoet in de antecedenten stelt het bestuur De Nederlandsche Bank N.V. daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

^ TOP


Artikel 9 - Bestuursvergaderingen

  1. Het bestuur vergadert als de voorzitter dit nodig acht of als tenminste drie bestuurders hem dit verzoeken. Een bestuursvergadering wordt bijeengeroepen door of vanwege de voorzitter door middel van brieven aan de andere bestuurders met een termijn van tenminste zeven dagen. Indien de oproeping niet op gemelde wijze heeft plaatsgevonden kunnen niettemin geldige bestuursbesluiten worden genomen indien alle in functie zijnde bestuurders ter vergadering aanwezig zijn.
  2. Het bestuur neemt zijn besluiten bij gewone meerderheid van stemmen, in een vergadering waarbij tenminste de helft van het aantal door de aangesloten ondernemingen aangewezen en de helft van het aantal door het deelnemersplatform gekozen bestuurders in persoon aanwezig zijn, tenzij deze statuten een grotere meerderheid voorschrijven. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Bestuurders kunnen zich ter vergadering niet doen vertegenwoordigen.

^ TOP


Artikel 10 - Vertegenwoordiging

  1. Het bestuur vertegenwoordigt het fonds in en buiten rechte en is met inachtneming van deze statuten bevoegd tot alle daden van beheer en beschikking, die verband houden met de doelstelling van het fonds.
    Onder daden van beheer en beschikking wordt mede verstaan het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen.
    Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten waarbij het fonds zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor de schuld van een ander verbindt.
  2. Het fonds wordt voorts in en buiten rechte vertegenwoordigd door een door de aangesloten ondernemingen aangewezen bestuurder, tezamen met een gekozen bestuurder.
    Stukken van het fonds, die een zuiver administratief karakter dragen, worden door de directeur ondertekend, mits hij daartoe van het bestuur volmacht heeft verkregen.
  3. Bestuurders genieten als zodanig een beloning. De hoogte van deze beloning wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld.
    Reis- en verblijfkosten en andere uitgaven, in het belang van het fonds gedaan, worden vergoed.
  4. Ieder der bestuurders is bevoegd een deskundige te raadplegen, alsmede zich, krachtens een bestuursbesluit, waarbij tenminste een vierde der bestuurders zich daarvoor heeft uitgesproken, ter vergadering door een deskundige te laten bijstaan.
  5. De bestuurders en de directeur mogen datgene, waarvan zij met betrekking tot de aangesloten ondernemingen, het fonds en de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden kennis hebben gekregen, niet verder bekend maken dan hun functie met zich brengt.

^ TOP


Artikel 11 - Verantwoordingsorgaan

Er is een Verantwoordingsorgaan.

Het bestuur stelt een reglement op waarin in ieder geval bepalingen worden opgenomen inzake:

  1. de samenstelling en omvang;
  2. de wijze waarop de leden worden aangewezen, gekozen en ontslagen;
  3. de rechten en bevoegdheden;
  4. de verenigbaarheid van het lidmaatschap met andere functies binnen het fonds.

^ TOP


Artikel 12 - Visitatiecommissie

Er is een Visitatiecommissie.

Het bestuur stelt een reglement op waarin in ieder geval bepalingen worden opgenomen inzake:

  1. de samenstelling en omvang;
  2. de wijze waarop de leden worden benoemd en ontslagen;
  3. de rechten en bevoegdheden;
  4. de werkwijze en manier van rapporteren.


^ TOP


Artikel 13 - Deelnemersplatform

Er is een Deelnemersplatform.

Het bestuur stelt een reglement op waarin in ieder geval bepalingen worden opgenomen inzake:

  1. de samenstelling en omvang;
  2. de wijze waarop de leden worden benoemd en ontslagen;
  3. de rechten en bevoegdheden.

^ TOP


Artikel 14 - Accountant, actuaris

  1. Het bestuur benoemt tot wederopzegging een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die tot taak heeft de jaarrekening te controleren. De accountant zal de boekhouding van het fonds geregeld controleren en aan het bestuur zo dikwijls als het dit gewenst acht, doch tenminste eenmaal per jaar, hierover schriftelijk verslag uitbrengen.
  2. Het bestuur benoemt tot wederopzegging een actuaris, tegen wiens aanwijzing of handhaving De Nederlandsche Bank N.V. geen bedenkingen heeft geuit. De actuaris berekent jaarlijks de voorziening pensioenverplichtingen.

^ TOP


Artikel 15 - Boekjaar en rekening en verantwoording

  1. Het boekjaar van het fonds valt samen met het kalenderjaar.
  2. Het bestuur maakt ieder jaar onder controle van de accountant een balans en een staat van baten en lasten van het fonds op; voorts stelt het bestuur ieder jaar onder controle van de accountant een verslag op, waarin wordt opgenomen de rekening en verantwoording over het afgelopen boekjaar. 
  3. Het in het vorige lid bedoelde verslag zal gedurende veertien dagen voor de deelnemers ter inzage worden gelegd op het kantoor van elk van de aangesloten ondernemingen. 
  4. Het bestuur legt aan De Nederlandsche Bank N.V. jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening, een jaarverslag en overige gegevens over het verstreken boekjaar over, waarin een volledig beeld van de financiële toestand van het fonds gegeven wordt en waaruit ten genoegen van De Nederlandsche Bank N.V. blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde bij en krachtens de Pensioenwet en dat de belangen van de bij het fonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers en overige belanghebbenden voldoende gewaarborgd geacht kunnen worden.
    De jaarrekening moet zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, ondertekend door de accountant.
    Indien de accountant naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot het fonds naar behoren zal vervullen, kan De Nederlandsche Bank N.V. bepalen dat hij niet bevoegd is deze verklaring af te leggen. 
  5. Indien op grond van artikel 16, lid 3 van deze statuten het uit de aangegane verplichtingen voortspruitende risico niet (geheel) overgedragen of herverzekerd is door het sluiten van overeenkomsten van verzekering met een verzekeraar in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet, legt het bestuur aan De Nederlandsche Bank N.V. bovendien binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een actuarieel verslag betreffende het fonds over, voorzien van de verklaring van de actuaris. 
  6. Het samenstellen en het overleggen van de in dit artikel bedoelde bescheiden zal geschieden met inachtneming van de ter zake door De Nederlandsche Bank N.V. gegeven aanwijzingen.

^ TOP


Artikel 16 - Overdracht, herverzekering of dragen eigen risico

  1. Tenzij het derde lid toepassing vindt, moeten de voor pensioenen bestemde gelden van het fonds worden aangewend tot het overdragen of het herverzekeren van het uit aangegane verplichtingen voortspruitende risico door het sluiten van overeenkomsten van verzekering met een verzekeraar in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet.
  2. Bij overdracht of herverzekering als bedoeld in het eerste lid is de Pensioenwet van overeenkomstige toepassing, indien en voor zover een rechthebbende, niet zijnde een deelnemer, aanspraak op pensioen heeft jegens de verzekeraar. Voor de toepassing van de Pensioenwet wordt het fonds als verzekeringnemer aangemerkt. Als het fonds zijn rechten als verzekeringnemer aan de rechthebbende op het pensioen heeft overgedragen, wordt deze rechthebbende als verzekeringnemer aangemerkt.
  3. Indien het fonds werkt volgens een actuariële en bedrijfstechnische nota, waaruit blijkt dat de financiële opzet in relatie tot het draagvlak van het fonds voldoet aan de bij of krachtens de Pensioenwet gestelde regels ten einde de nakoming van de uit de pensioenregeling voortvloeiende verplichtingen te waarborgen, behoeft overdracht of herverzekering niet plaats te hebben. Zodra het fonds verplichtingen heeft ten aanzien waarvan het eerste lid van dit artikel geen toepassing heeft gevonden of zodra er ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid wijzigingen hebben plaats gevonden, deelt het bestuur dit onverwijld mede aan De Nederlandsche Bank N.V.
  4. Indien De Nederlandsche Bank N.V. zulks noodzakelijk acht in het belang van de deelnemers, de gewezen deelnemers of andere belanghebbenden, gaat het fonds binnen de daarvoor door De Nederlandsche Bank N.V. gestelde termijn over tot het overdragen of herverzekeren van het uit de aangegane verplichtingen voortspruitende risico door het sluiten van overeenkomsten van verzekering met een verzekeraar als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet.

^ TOP


Artikel 17 - Wijziging van statuten en reglementen

  1. De statuten en reglementen kunnen worden gewijzigd op basis van een besluit van het bestuur.
  2. Het bestuur zal de statuten en reglementen onverwijld aanpassen in alle gevallen waarin deze strijdig zijn of niet in overeenstemming zijn met een of andere bepaling van collectieve arbeidsovereenkomsten of met welke bepaling van overheidswege dan ook.
  3. Een wijziging van het pensioenreglement treedt in werking op het moment waarop de wijziging van kracht is geworden.


^ TOP


Artikel 18 - Ontbinding en liquidatie

  1. Het fonds kan worden opgeheven bij een met de grootst mogelijke meerderheid genomen bestuursbesluit.
    H
    et fonds treedt op de dag van dit besluit in liquidatie.
  2. Als liquidateuren treden op de bestuursleden die in functie zijn op het tijdstip van de opheffing. In eventuele vacatures voorzien zij desgewenst zelf.
  3. Bij liquidatie van het fonds zullen zijn middelen worden aangewend voor het storten van premiën bij een verzekeraar of een bedrijfstak- of ondernemingspensioenfonds als bedoeld in artikel 23, lid 1 van de Pensioenwet, voor het sluiten van pensioenverzekeringen op het leven van de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en overige belanghebbenden, zoveel mogelijk overeenkomende met de voor hen vastgestelde pensioenaanspraken en rechten.De vaststelling van de aanspraken en rechten van de onderscheidene categorieën rechthebbe
    nden geschiedt bij liquidatie op basis van de voor deze categorieën geldende statuten en het voor deze geldende pensioenreglement.
    De betrokkenen zullen in het bezit worden gesteld van een bewijsstuk van hun aanspraken respectievelijk rechten met vermelding van de instantie jegens welke zij hun aanspraken respectievelijk rechten geldend kunnen maken.
  4. Aan een batig liquidatiesaldo wordt een bestemming gegeven zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van het fonds.
    Een nadelig liquidatiesaldo zal leiden tot vermindering van de pensioenaanspraken respectievelijk rechten.
  5. Na de liquidatie dienen de boeken en bescheiden van het fonds te worden bewaard gedurende zoveel jaren als de wet ten tijde van de vereffening zal voorschrijven.

^ TOP


Artikel 19 - Onvoorziene gevallen

In gevallen, waarin deze statuten of de reglementen niet voorzien, beslist het bestuur.


^ TOP


Artikel 20 - Geschillen

  1. Alle geschillen, die tussen het fonds en een deelnemer, gewezen deelnemer, pensioengerechtigde of overige belanghebbende over de uitleg en de toepassing van de bepalingen van de statuten en reglementen mochten ontstaan, worden in eerste aanleg beslist door het bestuur, dat zijn schriftelijke met redenen omklede beslissing bij aangetekende brief ter kennis van de betrokkene brengt.
  2. Een geschil wordt geacht aanwezig te zijn, als een der partijen zulks beweert onder schriftelijke opgave van het punt van geschil aan de wederpartij.
  3. Binnen dertig dagen nadat de beslissing van het bestuur ter kennis van de betrokkene is gebracht, kan deze zich wenden tot de Voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rotterdam, teneinde door deze drie deskundigen te doen benoemen, die van het geschil in tweede aanleg zullen kennis nemen en die zullen beslissen als goede mannen naar billijkheid en in hoogste ressort.
  4. De scheidslieden stellen de procesorde vast en kunnen zich door deskundigen doen bijstaan. Zij bepalen bij hun uitspraak de kosten van arbitrage, daaronder begrepen kosten voor bijstand van de partijen, en zijn bevoegd deze naar billijkheid over partijen te verdelen.

^ TOP


printpagina printen